Archief

Berichten met tag ‘ontwikkelingshulp’

dossier ontwikkelingshulp

19 juni 2010 Joris Van Kelecom Reacties uit


De sexy avonturier

Vrijwilligerswerk is sexy. Mensen luisteren vol bewondering en ontzag naar iemand die weet uit te pakken met altruïstisch werk aan verre horizonten. Fantastische ervaringen, adembenemend landschap, een verruimende en gastvrije cultuur, etc. Klaarblijkelijk gelijkt dit alles in niets op de verdorven materialistische wereld waarin de arme thuisblijvers zich noodzakelijkerwijs huisvesten. Wat men hier uiteraard vergeet te vermelden is dat men in de eerste plaats kapitaalkrachtig genoeg moet zijn om dergelijk avontuur aan te vangen. Een zodanig zware investering van tijd en middelen leveren zonder achteraf zelf in moeilijkheden te komen is niet iedereen gegeven. De wil en motivatie moeten er natuurlijk ook altijd zijn, dat spreekt. Psychologen buigen zich al jaren over dit fenomeen. De oorsprong van altruïsme blijft mysterieus en is dus per definitie interessant. Wat men binnen deze kringen wel eens vaak durft stellen is dat altruïsme ook een vorm van egoïsme kan zijn. In een notendop, goed doen voor anderen om zichzelf goed te voelen. Hoe het ook zij, deze motivatie blijft dus in de eerste plaats ondergeschikt aan de beschikbaarheid van de nodige financiële middelen. Vreemd genoeg wordt vervolgens bijzonder weinig aandacht besteed aan hoe de allocatie van deze middelen achteraf verloopt. Normaliter gebeurt dit met een hoge graad van voorzichtigheid en worden hoge eisen gesteld aangaande het rendement. Bij altruïstische uitspattingen blijven deze eisen echter achterwege. Het is dus interessant om na te gaan of er wel optimaal gebruikt gemaakt wordt van de investering van de donateur/vrijwilliger. Anders gezegd, in welke mate heeft de investering nut langs de ontvangerskant?

“100 euro in de collectebus levert slechts 1 euro op in het Zuiden” (Thierry Debels)

De meest sombere visie is uiteraard dat een dergelijke investering volstrekt nutteloos is. Enkel de donateur haalt profijt uit de geleverde inspanning, bijvoorbeeld in de vorm van gemoedsrust. Het project zelf wordt binnen deze visie niet structureel geholpen, of het project zelf draagt niet voldoende bij aan de ontwikkeling van de noodlijdende bevolking. Bevindingen in deze lijn kan men onder meer terugvinden in onderzoek naar geldstromen binnen de caritatieve sector. Econoom Thierry Debels sloopt in zijn boek “Hoe goed is het goede doel?” hieromtrent enkele heilige huisjes. Rode draad is dat de particuliere collecteopbrengst van caritatieve organisaties als zijnde Artsen Zonder Grenzen, de Damiaanactie en dergelijke meer, quasi uitsluitend gebruikt wordt om de werking van de organisatie in de donorlanden te ondersteunen. Slechts met ontvangen overheidssubsidies worden daadwerkelijk projecten gefinancierd, en dit dan meestal nog eens op een inefficiënte en ineffectieve manier. Zo is de “Music for Life”-actie van Studio Brussel een geweldig marketinginitiatief, veel zoden aan de dijk zal ze in het Zuiden echter niet gebracht hebben. De massaal aangekochte malarianetten zijn ginds allicht even snel en massaal weer op de zwarte markt verkocht.

Kritiek Rekenhof op ontwikkelingshulp

Niettegenstaande tal van deze kwalen is ontwikkelingshulp uiteraard nog steeds van vitaal belang voor de derdewereldlanden. Vraag is echter of de overheid niet beter de indirecte hulp via subsidies verbindt aan het behalen van vooraf bepaalde doelstellingen omtrent efficiëntie en effectiviteit. Controle daarop is dan natuurlijk van primordiaal belang, en net dat is niet steeds de sterkste kant van onze overheid gebleken. Het orgaan bezwaard met de taak tot uitvoering en opvolging van ontwikkelingsprojecten, het BTC (Belgische Technische Coöperatie), krijgt heel wat kritiek van het Belgisch Rekenhof. Niet alleen is er een groot personeelsverloop, ook onregelmatigheden en zelfs regelrechte fraude werden in het verleden reeds vastgesteld. Dit alles zonder veel gevolg, want de machtige lobby rond de caritatieve sector houdt dergelijke zaken liever buiten de publieke opinie. De redenering is dat het vertrouwen van de mensen snel is geschaad, wat de hulp aan de gehele sector in gevaar zou kunnen brengen. Nogmaals, deze hulp is noodzakelijk en ongetwijfeld zijn er tal van caritatieve instellingen die goed werk leveren. Met recht en rede wil men dan ook het werk dat zij verrichten beschermen. De rotte appels hun gang laten gaan is echter nooit een doeltreffende strategie gebleken. Teneinde de performantie van de gehele sector te verhogen kan men dus misschien beter eens werk maken van een transparantere berichtgeving.

De vrijwilliger is een “money cow”

Dergelijke tekortkomingen vindt men ook terug op het niveau van het vrijwilligerswerk. De investering zelf is ook hier ongetwijfeld nuttig voor de persoon in kwestie. Een ongetwijfeld onvergetelijke levenservaring zal zijn deel zijn. Dergelijke zaken zijn natuurlijk niet kwantificeerbaar. Het rendement is dat echter al iets meer. Veelal betalen vrijwilligers immers hoge bedragen om hun utopische droom te verwezenlijken. In ruil daarvoor gaan zij onbezoldigd werken in een project, veelal aansluitend bij hun capaciteiten. Op dat vlak is het rendement voor het project hoog, want zij halen gratis kennis in huis. Er zijn echter meerdere instanties die profijt halen uit de investering van de vrijwilliger. Ze dienen immers ook gehuisvest te worden, hebben een dagelijkse hoeveelheid voedsel nodig, wensen vaak de lokale cultuur op te snuiven, etc. Wederom vele schakels in een ketting die mits slecht beheer tot heel wat performantieverlies kan leiden. Laten we dit even verduidelijken door een welbepaalde case onder de loep te nemen

Met WEP je dromen achterna

Wie als vrijwilliger zijn zinnen heeft gezet op een verblijf in het buitenland en graag ondertussen een nieuwe taal leert, zal zijn pijlen misschien richten op een avontuur in Centraal-Amerika. Vaak weet men echter niet hoe dit alles te bewerkstelligen. Het is dan zaak een instantie op het thuisfront te vinden dewelke hiervoor de juiste modaliteiten kan verschaffen. Met name WEP (World Education Program) is actief in deze sector en is zonder twijfel één van de meest populaire opties in Vlaanderen. Onder hun slogan “Learn and discover the World” sturen zij jaarlijks om en bij de 135 (jonge) Belgen uit naar sociale projecten in alle hoeken van de wereld. Op zich een lovenswaardig initiatief, al zal het businessplan erachter niet enkel daarop gericht zijn.

Zonder omkijken

Onze fictieve kandidaat zal vervolgens een weinig restrictieve selectieronde doorlopen, alvorens – en mits het betalen van een aardige som geld – verzekerd te worden van deelname aan zijn project. Wat WEP voorts doet is het contact faciliteren tussen de kandidaat vrijwilliger en een partnerorganisatie in het desbetreffende land. De volledige financiële investering van de kandidaat, verminderd met een billijke vergoeding, wordt dan overgemaakt aan deze partner. Daar stopt het proces in hoofde van WEP. Probleem ook hier is dat er voorts geen verdere controle gebeurd op hoe de overgemaakte middelen effectief besteed worden. Evaluatie van de partner wordt immers overgelaten aan de participanten. Die maken echter maar zelden hun klachten over, laat staan dat ze de situatie ter plaatse adequaat kunnen evalueren.

Geen afdwingbaar wettelijk kader

Wie bijvoorbeeld via WEP een combinatie van taalbad en vrijwilligerswerk in Guatemala aanvangt, komt terecht onder de vleugels van de APPE International Language School. De prijzen die deze partner hanteert staan duidelijk vermeld op hun website. Iedereen kan perfect nagaan hoeveel een wekelijks verblijf bij een gastfamilie kost, inclusief het al dan niet volgen van Spaanse lessen. De vraag is natuurlijk hoeveel uiteindelijk terecht komt bij de mensen aan wie het toehoort, met name de leerkrachten en de gastgezinnen. De lokale partner heeft immers alle touwtjes in handen en na onderzoek ter plaatse is gebleken dat deze het niet zo nauw neemt met wat men een rechtmatige distributie van de gelden kan noemen. Wetten en statuten ter zake zijn er nauwelijks of worden straffeloos genegeerd. Leerkrachten en gastgezinnen krijgen uiteindelijk maar een fractie van wat de vrijwilliger aanvankelijk aan WEP betaalde, en ze zijn er ook als de dood voor om deze kleine compensatie te verliezen wanneer ze deze praktijken zouden aankaarten. Het mag geweten, contractuele werkzekerheid bestaat hier echt niet. Enerzijds zijn ze dus blij met wat ze wel krijgen, anderzijds krijgen ze niet wat hen toekomt.

Niet al kommer en kwel

Hiervoor uitdrukkelijk een vermanende vinger uitsteken is te makkelijk, want het is niet de bedoeling van de lokale partner om mensen uit te buiten. Integendeel, ze verschaffen werkgelegenheid aan een grote groep mensen. Spijtig genoeg opereren ze ook in een systeem gestoeld op corruptie en oneerlijke concurrentie. Ethisch correct handelen wordt er nog voor aanvang de kop ingedrukt. Dit is uiteraard een situatie eigen aan de streek, waar vanuit het Westen op dit moment weinig tegen te beginnen valt. Waar men wel voor kan zorgen is dat men dergelijke situatie niet onnodig bestendigd. Het uit handen geven van financiële middelen zonder enige vorm van controle is dan niet echt een vorm van degelijk bestuur.

Alles kan beter

Het niet uit handen geven van deze middelen is uiteraard ook geen oplossing. De investering van de vrijwilliger rendeert immers. Ze rendeert via onbezoldigde arbeid en voorziet in vele gevallen indirect in het levensonderhoud van (een deel van) de lokale bevolking. Het zou ongewenst zijn dit te hypothekeren. Alle problemen die zijn aangekaart betekenen echter een vermindering van dit rendement. Dit betekent wel dat er mogelijkheden aanwezig zijn om het hele proces te optimaliseren indien men deze problemen efficiënt weet aan te pakken. Op dit moment is net dit nog grotendeels onontgonnen terrein. Een rendementsverhoging doorvoeren hangt ook in grote mate af van case tot case. Men zal ook beducht moeten zijn om geen stappen over te slaan. Onmiddellijk het onmogelijke verwachten is alvast een te mijden benaderingswijze. Een volledige en correcte boekhouding eisen in landen waar de controle op deze boekhouding niet adequaat is, zal bijvoorbeeld weinig zoden aan de dijk brengen.

De tevreden idealist

Aan de beleidsmakers in het Westen dus om adequate antwoorden te formuleren op deze delicate vraagstukken. Steevast de rug afkeren van deze problematiek, zoals nu meestal het geval is, is echter een weinig bewonderenswaardige invalshoek. Een belangrijke wijziging dient zich aan. Wanneer overheid en andere betrokken organisaties een kritischere houding beginnen aan te nemen t.o.v. deze onvolkomenheden, zal dat op termijn het hele ontwikkelingshulpgebeuren ten goede komen. En wanneer dat het geval is, zullen de inspanningen van de altruïsten onder pas echt zin hebben. Sexy avonturier en tevreden idealist, een huwelijk met mooie vooruitzichten…

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 9.0/10 (2 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark