Archief

Archief van auteur

CONCERT

10 mei 2010 Peter Thys Reacties uit

Heavy Trash in AB : demonische rockabilly met een hart
Ancienne Belgique ; 15 januari 2010 door Peter Thys

Benieuwd welke toekomst is weggelegd voor de rock’n’roll in de 21e eeuw? Ga dan eens kijken naar Heavy Trash, de rockabilly band van Jon Spencer en zijn partner in crime Matt Verta Ray. Zij speelden op 15 januari in de AB en begeesterden in een dikke twee uur het publiek met een eclectische mix van rock’n’roll, blues, countrypunk, boogie, heel wat woogie, en nog wat duivelse gospel toe. Een pittig en bijwijlen beklijvende performance om het nieuwe jaar swingend in te zetten.

De Canadees Bloodshot Bill mocht als one-man-band de zaal opwarmen en dreef al snel de temperatuur op tot ‘swamp’ hoogte. Met gitaar, basdrum en cimbaal ging hij het publiek te lijf met rauwe, stampende rock’n’roll en pleegde een brutale/muzikale hold-up in de kleine, gezellige AB-box. Hij zong, brulde, schreeuwde, spuugde, jankte, rochelde, perste de woorden door zijn keelgat en klonk nu eens als Elvis, dan weer als een stuiptrekkende Popeye. Zijn sponsen kostuum van een bajesklant en het obligate kammetje maakten het plaatje compleet. Rock’n’Roll van de vuilnisbelt die het publiek wel kon smaken. Slecht was dit zeker niet, maar toch eerder een curiosum. Dan zou Heavy Trash wat later meer finesse tentoon spreiden- hoort u het ons zeggen?

Jon Spencer stond in 2002 nog op het podium van Pukkelpop met de toen enorm populaire en ondertussen legendarische Blues Explosion, de groep waarmee hij doorbrak. De groepsnaam bleek goed gekozen ; de muziek is een typische fin de siècle versie van de blues, ontdaan van alle franjes en zéér explosief. De muziek van Heavy Trash is dat ook, maar het klinkt een stuk beter dan de naam zou doen vermoeden. Na het titelloze debuut in 2005, zijn de heren met ‘Midnight Soul Serenade’ aan hun derde langspeler toe. Een uitstekende plaat, die nu in België is voorgesteld met een uitstekend concert. Al moet gezegd dat pas vanaf de bisnummers het gaspedaal volledig werd ingedrukt. Gelukkig betrof het eerder een tweede ronde, die net zolang duurde als de eerste.

Met een energieke Sam Baker aan de drums en een guitige maar zeer ervaren Simon Chardiet aan de contrabas, kwam Heavy Trash beslagen op het podium. Jon Spencer had zijn akoestische gitaar omgegord, Matt-Verta Ray stond in voor de elektrische solo’s waar de geest van Tom Waits steeds doorheen klonk. Van instrumentenwissels was gedurende heel het optreden geen sprake, een zeldzaamheid tegenwoordig en tegelijk een verademing. Het decor van met sterretjes behangen gordijnen en plafonds, samen met de sound, de galmende microfoon, de kostuums en de vetkuiven van het viertal deden de hele zaal terechtkomen in de fifties.

Opener Say Yeah uit het eerste album zette meteen de toon en dat advies werd gretig gevolgd door de aanwezigen. Kreten à la oh yeah, allright en amen vlogen telkens weer in het rond, gevolgd door een stevige ‘thank’y’all’ van de man zelve, met een zweem van Elvis in de stem. Nieuwe songs van ‘Midnight Soul Serenade’, zoals Good Man, Nervis en (Sometimes you got to be) Gentle bleven goed overeind tussen het wat oudere geweld. Jon Spencer en maats creëren een soort van gecontroleerde chaos in hun muziek, met heel wat ritmeveranderingen en uitstapjes naar andere genres zoals country en zelfs punk, en dat allemaal binnen één song. Vandaar misschien de naam Heavy Trash? ‘Niet voor puristen’, schreef het weekblad Humo over de groep. Soms werd de muzikale anarchie inderdaad wat bevreemdend (bij The Pill), maar dat werd snel weer rechtgetrokken, zoals via de pittige blues Bumble Bee (ook een nieuwe). Een lang uitgesponnen In My Heart was de ideale aanloop naar de encores en gaf het optreden wat het nodig had: ziel en begeestering. In deze zweterige ballad toonde Jon Spencer zich een blanke James Brown en predikte vol overgave over de liefde. Fenomenaal. Gedurende de hele bisronde werd het opgezweepte publiek bedacht met nog een portie rock’n roll en zelfs swing van de zuiverste soort, waarbij drummer en bassist vooraan kwamen meezingen in een enthousiast kwartet bij Left Foot Boogie. Bij een volgende passage van Jon Spencer zal ik ongetwijfeld weer vooraan in de zaal te vinden zijn.

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Cultuur, Opdrachten Tags:

Baby Come Back

10 mei 2010 Peter Thys 1 reactie

Op het WK snooker in Sheffield heeft de oude Steve Davis deze week voor heel wat enthousiasme gezorgd. Na in de eerste ronde verrassend Mark King uit te schakelen, toch de 16e op de wereldranglijst, versloeg hij in de tweede ronde zelfs regerend wereldkampioen John Higgins. Bij de BBC zat men een beetje met de handen in haar ; Davis is elk jaar tijdens het WK een graag geziene analist in de Crucible studio’s, maar zit nu zelf in de kwartfinales. De 6-voudige wereldkampioen (in de jaren ’80) is zo hét verhaal van dit WK. Steve Davis heeft de gezegende leeftijd van 52 jaar.
Velen die het snooker niet volgen, zullen zich nu misschien afvragen : is dat niet wat oud voor een comeback? Een logische vraag, zeker gezien de vele wederoptredens die we de laatste maanden beleven in de sport, en dan nog vooral in ons eigen kleine België. En net dat is het ongelooflijk mooie, aandoenlijke aan het verhaal van Steve Davis : dit is géén comeback, hij is namelijk nooit gestopt. De man houdt te veel van zijn sport.

Hoe zit dat dan met Tia Hellebaut, Kim Clijsters, Justine Henin en Michael Schumacher, allemaal grote kampioenen. Houden zij niet genoeg van hun sport? Het lijkt me een grove belediging dat nog maar te durven denken. Zonder liefde geen kampioen. Geen kampioen zonder volledige overgave. En daar wringt het schoentje. Waarom zijn deze sporters in de eerste plaats gestopt en waarom zijn ze teruggekomen? Clijsters wond er geen doekjes om: ze wilde kinderen, ze wilde mama worden. Tia Hellebaut en Kim Gevaert stopten omdat het goed was geweest, zijn ook iets ouder dan Kim en Justine, en werden even later beiden zwanger. Michael Schumacher van zijn kant was sowieso op pensioengerechtigde leeftijd. Maar voor hem en Henin gold wel dat ze de verzadiging nabij waren, ze hadden alles (of bijna alles) gewonnen, hadden zichzelf bewezen. Hellebaut stopte op een absoluut hoogtepunt met Olympisch goud. Bij Gevaert had de roofbouw op het lichaam zijn tol geëist. Om wat voor redenen ook, allemaal misten ze op een gegeven moment dat wat nodig is om in de topsport tot prestaties te komen : volledige overgave.

In feite zijn Clijsters en Henin hier de uitzonderingen, omdat ze vroegtijdig gestopt waren. Hellebaut de laatbloeier en Schumacher de veteraan, dat was minder verrassend. Aanvankelijk zaten hun na-carrière agenda’s overvol, met moedertje spelen voor Kim en toneeltje en nog wat spelen voor Justine. Hellebaut ging voor een werkende carrière. Maar wat blijkt na verloop van tijd? Het is toch allemaal minder spannend, gevarieerd, opwindend dan gedacht. Veel ex-sporters beschrijven dat als een groot gemis. Het buiten-gewone leven. De druk, hoe zwaar ze ook is, en hoe ermee omgaan, de pompende adrenaline, de enorme ontladingen. Terwijl het ‘gewone’ leven nogal, tja, gewoontjes is.

We begrijpen, of we begrijpen niet, waarom ze gestopt zijn. Begrijpen we waarom ze terug beginnen? Dikwijls wordt dan verwezen naar het geld, misschien onze Belgische afgunst die we niet kunnen verbergen. Persoonlijk geloof ik er geen bal van. Geld is ongetwijfeld een factor. Maar met geld win je geen grand prix, geen Olympische medaille, geen Wimbledon-titel en ga zo maar door. En deze 4 kampioenen zijn niet teruggekomen om meelopers te worden. Nee, ze willen zich opnieuw een weg banen naar de top, en stellen zich niet tevreden met een tweederangsrol. Clijsters beseft nu dat ze heel graag tennist, Hellebaut en Schumacher missen het presteren onder druk, Henin heeft door dat ze niet in alles even goed is als tegen een balletje slaan en heeft ook een besef van geschiedenis : ze wil die ontbrekende Grand Slam-titel op haar palmares. Allemaal hebben ze teruggevonden wat ze even kwijt waren : die ongelooflijke drive, de wil om te winnen, de menselijke wil om te excelleren, om boven zichzelf uit te stijgen. Prachtig toch?

Laten we niet hypocriet doen, wij en de media lusten het wel, al de verhalen rond helden en gevallen helden. De anticipatie ook. Zullen ze het nog wel kunnen? Wat gaan ze nog laten zien? Want helden creëren om ze dan zo snel en diep mogelijk te zien vallen, het is een Belgische sport. Frank Vandenbroucke werd eerst een godenkind genoemd en daarna uitgespuwd. Hij had net te vaak en in feite nooit een comeback gemaakt .

Gelukkig zijn het geen Vandenbrouckes, ‘onze’ Tia, Kim en Justine. Ook Schumacher niet. Hij kan wel eens arrogant zijn, iemand bewust een gericht tikje geven met een voor- of achterband, maar aan respect geen gebrek. En was dat niet zo, hij zou er zijn slaap niet voor laten. Ook de comebacks van de Belgische meisjes kunnen vooral op sympathie rekenen. We hadden het zelfs gehoopt, want ze zijn nog jong en hebben ongetwijfeld nog heel wat topprestaties in zich. Ze komen terug om hopelijk opnieuw op een hoogtepunt te stoppen. Eén man gaf hen al eens het voorbeeld van de waardige, perfecte comeback. Zijn naam : Michael Jordan. Hij had het Amerikaanse basketbal een hele carrière gedomineerd, een ploegsport dan nog. Hij stopte als de beste ooit, kwam na twee jaar terug en domineerde opnieuw, won 3 titels op rij en nam afscheid als de beste aller tijden. Hij kwam, zag en overwon, for the love of the game.

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Opdrachten Tags:

Mijn4november

11 november 2009 Peter Thys Reacties uit

Mijn 4 november

 Plots waren de vaandelzwaaiers daar weer. Terug van weggeweest. Heel de zomer door hadden ze op geregelde tijdstippen mijn humeur op de proef gesteld. Vandaag, op het moment dat ik in positieve spanning over de Amerikaanse verkiezingen om krant en koffie ging, herkende ik ze wat verderop. Gelukkig hoefde ik hun pad nog niet te kruisen.

Twee oudere heren met een bovenmaatse vlaggenstok over de schouder met daaraan de fiere Vlaamse leeuw wandelden door het centrum en gaven een vriendelijke goedendag aan wie ze passeerden. Zoals ze de hele zomer gedaan hadden. Meestal droegen ze bij zich een pak minivlaggetjes die ze dan aan de kleinsten uitdeelden. Jong beginnen, nietwaar? Van waar kwamen die vlaggen en vlaggetjes? Wie bracht hen op het idee om vrijwillig, zonder winstbejag de Vlaamse zaak te gaan promoten? Welja. Misschien ben ik een beetje allergisch aan kortzichtige domheid. Aan mensen die al te makkelijk ingepalmd worden door opportunistisch populisme.

Sinds enige maanden staat een bureau van het Vlaams Belang te pronken in de winkelstraat. Uiteraard zijn er vlaggen te koop. Lang duurde het niet voor iemand er aanstoot aan nam. Op een nacht, enkele weken na de opening, werd al een steen door het raam geworpen. Vandalisme komt natuurlijk overal voor. Maar de laatste keer dat in de winkelstraat een raam aan diggelen ging, was het een jongeman die zo dronken en buiten zichzelf over een verloren liefde zijn onmacht uitte middels een kopstoot. Zijn hoofd bleek steviger dan het raam van de krantenwinkel. De doelgerichte steen door het raam was eerder ongezien, het betrof hier immers een politieke daad!

In deze stad behaalde bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen het Vlaams Belang geruisloos 25%. Een op vier van de inwoners had extreemrechts gestemd. Drie op vier schamen zich daar vandaag nog steeds voor. Zijn er in onze gemeente vreemdelingenproblemen, is er veel overlast? Nee, dit is een rustig en veilig stadje waar het goed wonen is. Onlangs werden tijdens de vrijdagmarkt alle uitwegen afgezet voor een grootscheepse politiecontrole. De buit: een gestolen fiets en 2 illegalen. Het is begrijpelijk dat de oudjes denken dat er reden is om bang te zijn; de stad leek wel in staat van beleg! En dit gebeurt gemiddeld om de twee weken.

 Vandaag was ook in deze stad de spanning voelbaar. Het leek wel of iedereen besefte dat dit een historische dag zou kunnen worden. Bij het buitenkomen kruiste ik de twee, maar ik kon me beheersen. Op tv zag ik dat Obama aan de winnende hand was. Er is weer hoop.

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Opdrachten 2008-2009 Tags:

Expo Van Dijck tot Bellotto

3 juni 2009 Peter Thys Reacties uit

Een dynastie lang kunst verzamelen

Tentoonstelling Da Van Dyck a Bellotto. Luister aan het hof van Savoye

In 2011 bestaat Italië als eengemaakte staat 150 jaar. De eerste koning in 1861 heette Vittorio Emanuel II en kwam van het adellijke geslacht van het Huis Savoye. En laat nu net deze familie, een van de invloedrijkste en langst regerende hoven van Europa, doorheen de eeuwen een verfijnde artistieke interesse ontwikkeld hebben. Ze waren fanatieke kunstverzamelaars, kochten en bestelden kunstwerken in heel Europa en vooral Vlaanderen en verzamelden ze in de Galleria Sabauda. Deze werd bij de eenmaking afgestaan aan de staat en werd het latere Nationaal Museum van Turijn, dat de familie sinds de 16e eeuw als hoofdstad had gekozen. Tegen 2011 wordt de organisatie van de musea in Turijn vernieuwd en dat maakte een samenwerking met het Paleis voor Schone kunsten en de Vlaamse Kunstcollectie bijzonder interessant. Nu kan het Belgische publiek kennismaken met de prestigieuze verzameling van Italiaanse en Vlaamse kunstenaars, met onder meer Pieter Brueghel de Oude, Rubens en Van Dyck.

De tentoonstelling Da Van Dyck a Bellotto. Luister aan het hof van Savoye is opgevat als het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de collectie van het huis van Savoye en is die zin opgebouwd. Een gemiste kans, vond ik, omdat deze aanpak het de bezoeker soms bijzonder moeilijk maakt. Kunst geeft rijke mensen status en dat was bij deze vorsten niet anders. Tel daarbij de vele smaakwisselingen van de rich and famous en je presenteert zoniet de kenner, dan toch zeker de leek die vol enthousiasme een poging doet om kunst te smaken, een vrij chaotisch overzicht die hem misschien doet besluiten om het maar te laten voor wat het is. Ik liet me niet ontmoedigen en werd beloond door ontroering.

Het enige schilderij in de inkomruimte zet meteen de toon en verklaart de ondertitel ‘Luister aan het hof van Savoye’; de bezoeker loopt van de grote open trap pal op een monumentaal doek van Van Dyck. Het pronktafereel van Prins Thomas van Savoye Carignano is een doek dat gemaakt werd in opdracht en dus bedoeld ter meerdere eer en glorie van het hof. Het toont de prins op een prachtig wit steigerend paard. Iedereen kent zulke taferelen uiteraard, maar in levende lijve voor het gigantische schilderij staan (ongeveer 3 bij 2 meter groot) en de fijnste penseeltrekken kunnen onderscheiden, het laat een diepe indruk na. Bovendien zorgt de subtiele belichting voor de statige sfeer die dit meesterwerk nodig heeft. Openen met één van de hoogtepunten uit de Galleria Sabauda creëert aan de andere kant ook grote verwachtingen voor het vervolg, en die worden jammer genoeg niet altijd ingevuld. Save the best for last?

Wanneer ik zaal 1 binnenwandel, word ik overvallen door een enorm gevoel van nederigheid. Nederigheid tegenover de vele priemende ogen van hoogwaardige hertogen en koningen die weliswaar neerkijken op ons gewone stervelingen zonder blauw bloed in de aderen, maar waar tegelijk een diepmenselijk meevoelen in de ogen straalt. De ruimte is aangekleed in een edel aandoend scharlaken rood, dat de bezoeker hult in een waas van geschiedenis. De Vlaamse schilder Jan Kraeck, Italiaanse naam Giovanni Caracca (zo ging dat in die tijd), portretteert hier twee telgen van het hof van Savoye uit de 16e eeuw, Victor Amadeus I en de 18-jarige Karel Emanuel I. Diens vader, Emanuel Filibert, speelde een belangrijke rol bij het herwinnen van de gebieden van Savoye, dat halfweg de 16e eeuw bezet was door Frankrijk en hij toont hier zijn status in een portret van Giacomo Vighi, ook l’Argenta genoemd. Andere werken in deze zaal komen van Charles Dauphin en La Clementina, een schilderes uit Turijn die kon genieten van de bewonderende blik van Victor Amadeus II, de eerste uit de familie die zich koning mag noemen wanneer hij in 1713 de troon van Sicilië bestijgt.
Een van de opvallendste werken in deze zaal is echter geen schilderij maar een beeldhouwwerk. De buste van kardinaal prins Maurits van Savoye, gemaakt door François Du Quesnoy is werkelijk fijn gestileerd en brengt de verstilde witstenen blik helemaal tot leven. Al de werken in deze zaal wekken een soort ontzag op dat wij allang niet meer kennen: ontzag voor blauw bloed. Ontzag dat evenwel enkel en alleen te danken is aan de meesterlijke hand van de schilders die betaald werden om de adel edel te laten lijken.

Van zaal 1 naar zaal 2 duiken we dan in de duisternis. Letterlijk, maar ook een beetje figuurlijk. In deze prachtig halfverlichte ruimte worden, naar mijn gevoel, een aantal dingen nogal willekeurig bij elkaar gebracht. Een reeks codexen van de bisschop van Genève, de verluchting van enkele manuscripten van Karel I van Savoye, door Jean Colombe, miniaturen van Antoine De Lonhy, karton voor een glasraam… In feite wil men hier de open blik tonen van het hof in de 15e en 16e eeuw, de meer Europese smaak die zich uit in het mecenaat en de aanwezigheid verklaart van kunstenaars van velerlei afkomst, waar we hier enkele voorbeelden van te zien krijgen. Het geheel lijkt dan ook nogal onsamenhangend en laat me een beetje aan mijn lot over.

Het thema hofschilderkunst in de 16e en 17e eeuw, dat in de derde zaal wordt aangesneden, wordt geïllustreerd door twee doeken die elkaars absolute tegenpolen zijn wat betreft stijl, kleur, onderwerp, … simpelweg in alle facetten. De zaal wordt werkelijk gedomineerd door deze werken die alle aandacht opzuigen. Het schilderij van Antonio Tempesta, Toernooi op het kasteelplein van Turijn, werd gemaakt naar aanleiding van het huwelijk van Victor Amadeus I en Christina van Frankrijk, één van die politiek-strategische huwelijken die de macht van de familie kon uitbreiden. De kunstenaar slaagt erin om op een oppervlakte van slechts een goeie vierkante meter een sterk gevoel van ruimtelijkheid te creëren. Op de achtergrond van het doek staat het nieuwe hertogelijk paleis, aan de rechterkant het oude kasteel van de Acaja met de lange gang die de twee verbind. Op het plein is het toernooi aan de gang, gadegeslagen door de genodigden en andere toeschouwers. Het zijn de vele details die mijn blik vasthouden en telkens weer naar zich toetrekken. Tegenover het werk van Tempesta, dat in lichte en felle kleuren baadt, staat De kleine markt van Bassone, één van de schilders die profiteerde van de verandering van smaak van Karel Emanuel I. Hij zette zich in de jaren 1580 af tegen de heersende Venetiaanse meesters door de mode te volgen en Milanese kunstenaars zoals Veronese en Bassano tot hofschilders te promoveren. Dit schilderij overweldigt me helemaal, met de krioelende markt in hele donkere kleuren en de doorgang die zich een weg baant naar een prachtig verzicht op de streek. Contrasterend met het donkere geheel zijn de enkele figuren die zich in felle witte kleuren uit het doek lichten. De talrijke details grijpen je vast en kluisteren je aan dit wondermooie, beklijvende werk Ongetwijfeld één van de hoogtepunten van mijn bezoek.

In de volgende zaal voert het caravaggisme de boventoon, met De annunciatie van Orazio Gentileschi, één van de vroegste navolgers van Caravaggio, en Antiveduto Grammatica, die in twee werken de muzen Euterpe en Polymnia toont. Ze werken met vele, soms helle kleuren die tegen elkaar afsteken maar het nooit uitschreeuwen. Dat doen ook de portretten niet van de drie buitenlandse kunstenaars die men hier naast elkaar heeft gehangen ; De heilige Paulus van Claude Vignon, De heilige Johannes van Hendrick Terbruggen, en De heilige Hiëronymus van Jean de Boulogne. De jonge man tussen de twee oudere geeft het drietal een krachtige dynamiek. Los van mekaar waren deze werken me misschien niet opgevallen, maar hier geven ze blijk van een sombere dramatiek die spreekt uit de menselijke gelaatstrekken van de figuren. Uiterste waardigheid zonder arrogantie, medeleven zonder medelijden.

De Vlaamse meesters Van Dyck en Rubens laten me dan weer een beetje verweesd achter. De werken die hier getoond worden zijn aanwervingen vanaf het einde van de 16e eeuw tot III tot de 18e eeuw met vooral aankopen van Karel Emanuel. Zonder afbreuk te willen doen aan het ontegensprekelijke meesterschap van de kunstenaars, bekruipt me het vermoeden dat de rijke heren van Savoye vooral omwille van het prestige de bekende Vlaamse schilders in de collectie wilden. We zien hier onbekende, soms meer wereldse werken van bekende namen. Natuurlijk maken de imposante Hercules, en zijn vrouw Deiamira alles meteen weer goed. De typische Rubensstijl blijft steeds weer verwonderen en slaat ongetwijfeld elke bezoeker met verstomming.

De overdadige stijl van de barok en het classicisme ontmoeten elkaar in de volgende ruimte, die naar mijn gevoel overdreven werd volgestouwd. Prachtige werken zoals De vier elementen van Albani, Allegorie van de architectuur, astronomie en agricultuur van Domenico Zampieri of De heilige Johannes de Doper in de woestijn van Guido Reni verdienen een meer prominente plaats dan een beetje te verdrinken in de overvloed. De eerste twee werken (naast vele andere in deze zaal) zijn van de Bolognese school uit de 17e eeuw en kwamen in de gunst van kardinaal Maurits van Savoye (de man van de buste n zaal 1), die een voorliefde had voor symboliek ; De vier elementen en de Allegorie zijn hier goede voorbeelden van. Een ander werk dat zich hier zonder problemen staande houdt is De slachting van de Niobiden van Charles Dauphin, met zijn uitbundig barokke stijl waarbij de figuren in dramatische poses uit het doek lijken te vallen. Het is een prachtig en intrigerend want uiterst gewelddadig schilderij.
Alles welbeschouwd bleef dit echter een ruimte waar het me moeilijk viel om de aandacht echt te richten. Overdaad schaadt.

Gelukkig brengen de volgende ruimtes een soort van rustpunt met enkel stillevens en landschapsschilderijen. Het huis van Savoye heeft sinds Karel Emanuel I vanaf 1580 kosten noch moeite gespaard om stillevens te verwerven, zowel van buitenlandse origine als van eigen makelij, vooral uit de streken rond Rome en Napels. Hoewel ik onder de indruk ben van de weelderigheid en de precisie van de doeken, moet ik tot mijn spijt toegeven dat ik dit genre aan me moet laten voorbijgaan en benijd degenen die erdoor ontroerd worden. Hevig beroerd kan ik op mijn beurt wél worden door de landschappen die alle registers bespelen van heel vaag en donker tot soms verblindend helder. Gellée met Dageraad, Dughet, Van Vries, Mola met Idas en Lynceus, stuk voor stuk zuigen ze je blik op met een geweldige aantrekkingskracht.

Landschappen en uitzichten bleven ook in de 18e eeuw in de gratie van de Savooiaarden; ze vonden deze schilderijen uitermate geschikt voor de inrichting van hun (buiten)verblijven. Voor de paleizen gaven ze eerder de voorkeur aan lofschilderijen en religieuze taferelen. Een prachtig voorbeeld van het laatste is Salomon van Ricci, dat een plaats kreeg in het Koninklijk Paleis. De landschapsschilderijen die we hier te zien krijgen bestrijken dan weer een breder pallet dan die uit de 17e eeuw. Onder de nieuwbakken koning van Sicilië Victor Amadeus II werden allerlei urbanistische en architecturale werkzaamheden opgestart zodat het hof zich kon meten aan de grootste Europese hoofdsteden. Ook de smaak boog zich in die richting. Zo bleef het classicistisch geïnspireerde landschap in de mode en kunnen we de orkaan van Van Bloemen en de magnifieke zeezichten van Manglard bewonderen. Na langzaam kijken, steeds dieper, bevond ik me op een bepaald adembenemend moment volledig in het dreigende hart van de storm. Dennis Van Loo zet van hetzelfde landschap het ochtendgloren en de zonsondergang naast elkaar en doet me onwillekeurig mijmeren, op hetzelfde moment schiet de naam Monet me door het hoofd.
Zoals gezegd worden ook andere landschappen gesmaakt, geïnspireerd op de vernoemde werkzaamheden door het hof. En dan komen we uiteindelijk terecht bij Bernardo Bellotto, mededrager van de naam van de tentoonstelling. En het moet gezegd, zijn zicht op Turijn is werkelijk verbluffend. Ongelooflijk gedetailleerd, van de oevers net buiten de stad tot de wallen en de bouwwerven net binnen de slotgracht, het lichtspel van heel donkere hoekjes tot hagelwitte waslijnen en alle schakeringen ertussen, het klopt allemaal. Hiervoor was ik gekomen…

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Opdrachten 2008-2009 Tags:

Nieuwsanalyse

1 mei 2009 Peter Thys Reacties uit

Wat is nieuws ? Op dat gebied hanteren VTM en VRT nog wel eens verschillende criteria, hebben we kunnen vaststellen. Dat blijkt ten eerste duidelijk uit de cijfers ; beide journaals behandelen ongeveer 20 onderwerpen, en daarvan zijn er slechts 10 gemeenschappelijk (sport buiten beschouwing gelaten). In totaal heb je een 30-tal items gekregen. Dit maakt uiteraard dat je twee totaal verschillende nieuwsuitzendingen krijgt. Misschien hebben we toevallig ‘a less eventfull day’ uitgekozen en is dit op dagen waar veel gebeurt niet het geval? Kort gezegd, waarvan er 10 gemeenschappelijk zijn.
Dit blijkt ten tweede vooral uit het belang dat aan de respectieve onderwerpen gehecht wordt. Bij de gemeenschappelijke items is een goed voorbeeld de economische crisis. Het VRT-journaal begint hiermee en maakt er een groot hoofdpunt van met als titel : “Europa in zwaarste recessie sinds WO II”. Aansprekend en ook wel sensationeel, de titel trekt de aandacht. De reportage en quotes zijn dan wel zakelijk en droog. In het VTM-journaal krijgt dit item 20 seconden en een kaartje met cijfers van de werkloosheid, in België. Veel te weinig, vinden we. Omgekeerd stuurt VTM zowel voor de schietpartij in Schaarbeek als voor het proces Beerlings een verslaggever ter plaatse die dan een live gesprek voert met de studio. Dit zijn de eerste twee items en ze worden gebracht met uitgebreide reportages en interviews. VRT bericht niet over het proces. Natuurlijk zijn er ook gelijkenissen ; andere belangrijke items, zoals FIAT, de Lijn en de Ombudsdienst voor pensioenen, krijgen in beide journaals uitgebreide aandacht, met de kleine nuance dat VRT de focus legt op de staking van de chauffeurs en VTM op meer beveiliging na de schietpartij. Ook de plaats die ze krijgen in de volgorde van de items is verschillend. Kijk hiervoor naar de eerste twee onderwerpen in beide journaals…

Laten we het nu hebben over de keuze van de onderwerpen : welk criterium is het meest doorslaggevend? En net op dit gebied gaat onze voorkeur duidelijk uit naar VRT. In onze ogen zoekt VTM voortdurend naar het drama. Een sprekend cijfer : los van de Lijnstaking en Koninginnedag, die ze beiden verslaan, heeft VRT één misdaaditem, tegenover VTM vijf! Voor ondergetekende is dit geen nieuws en het interesseert ons absoluut niet. In het algemeen lijkt het ons dat het VRT-journaal zich iets meer houdt aan de traditionele opvattingen over wat nieuwswaarde heeft ; politiek, economie, buitenland, cultuur. Hierbij zouden we ook de items over 11.11.11 en Plan België kunnen onderbrengen, onderwerpen over ontwikkelingssamenwerking die in het VTM-journaal niet aan bod kwamen. Zo richt VRT toch zijn en onze blik op de wereld.

Verder komt het buitenland veel te weinig aan bod, al doet VRT daar nog een, weliswaar kleine, inspanning met de carrousel over Nepal, de Filippijnen en de kapers (die het enige buitenlanditem vormen bij VTM). De Mexicaanse griep is een vanzelfsprekend onderwerp dat natuurlijk niemand wil missen, maar hier zagen we een mooi voorbeeld van het verschil in aanpak. Het VRT-journaal geeft een nogal uitgebreid verslag van de stand van zaken in Hongkong, Peking, Mexico zelf en New York. Ze laten onder andere de Mexicaanse ambassadeur aan het woord. VTM benadrukt dat er Belgen in het hotel in quarantaine zitten en laat hen telefonisch de situatie beschrijven. Zij zoeken dus bewust de link met de Vlaamse kijker om de betrokkenheid te vergroten. Het criterium van de nabijheid is bij hun journaal van groot belang. Dit zorgt er dan weer voor dat, naar onze mening, hun venster op de wereld veel kleiner is. Aan de andere kant is het een heel goede strategie en weten ze heel goed wat hun kijkers verlangen. Ze laten ook veel meer de ‘gewone’ mens zijn verhaal doen. Op dat gebied worstelt VRT nog steeds een beetje met zijn eigen, zelfopgelegde, belerende imago.

Als we tenslotte de uitsmijter bekijken, kunnen we niet om het verschil heen tussen Cultuur en cultuur in beide journaals. VRT geeft ons zin om die expositie te bezoeken. Uiteraard geeft ook VTM zijn kijkers zin om die serie te bekijken, maar ons niet, vandaar ook weer onze voorkeur. En we gaan het niet hebben over de zelfbedruiping in het geval van de politieserie bij VTM, want daar bezondigt ook VRT zich maar al te graag aan (als de ‘Flikken’ een feestje geven in Gent is het een hoofdpunt in het nieuws). Ook in deze uitzending heeft VRT 2 items gewijd aan Deredactie.be en de Sporza website! Desalniettemin, liever de expo dan de volgende Vlaamse politieserie (zowel Flikken als Code 37).

Op het vlak van vormgeving, opbouw en montage zien we ook redelijk wat verschillen. Bijna het hele nieuws door hanteert VRT hetzelfde stramien ; intro gevolgd door reportage. Er zit heel weinig variatie in. Hier maakt VTM ons inziens veel beter gebruik van het medium. Er zijn drie live-gesprekken met de journalist ter plaatse, wat het nieuws dichterbij brengt en heel actueel maakt. Regelmatig gaat men tijdens de intro op een reportage een off gebruiken (het anker is nog aan het woord) in de vorm van een kaartje, net tot het verslag begint, en dit maakt de overgang heel onopvallend. Zo presenteert het VTM-journaal zich als zeer vlot en vloeiend, terwijl het journaal van VRT soms als langdradig kan overkomen. Wij hadden bij VTM het gevoel véél meer items gezien te hebben dan bij VRT.

U ziet, onze, uiteraard persoonlijke, voorkeur gaat over het algemeen uit naar het VRT-journaal, en we hopen hier goede argumenten voor te hebben aangehaald, maar alles welbeschouwd : geef ons maar BBC.

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Opdrachten 2008-2009 Tags:

Waar ik woon

2 november 2008 Peter Thys Reacties uit

Herentals. Een van die zovele kleine provinciestadjes dat zijn minderwaardigheidscomplex wil afgooien, maar in al zijn pogingen om dat te doen die status enkel bevestigt. Een voorbeeld. Bijna twee jaar geleden opende het nieuwe cultuurcentrum ‘Het Schaliken’ zijn deuren. Lovenswaardig, alleszins. Probleem is dat de programmering niet kan tippen aan die van de Warande in het naburige Turnhout. Niet erg, het is ook maar normaal dat je klein moet beginnen. Veelzeggender is echter het feit dat de plaatselijke toneelvereniging Theaterspektakel veel meer succes heeft met elke nieuwe platvloerse komedie over en voor de burgerij, met decors met weinig benijdenswaardige ‘Kotmadam’ allures. De pogingen van het cultuurcentrum en van het ‘alternatieve’ gezelschap Kreutzfeld, opgericht door enthousiaste jongeren die dat tikje meer willen brengen, zijn jammer genoeg parels voor de zwijnen.
Maar niet getreurd, de troeven van het slapende stadje bevinden zich niet op cultureel gebied. Zelfs binnen de stadskern vind je stukjes onversneden Kempens landschap. Weilandjes en silhouetten van boomkruinen worden tussen twee zomers in gehuld in een witgrijze mist, onttrokken aan de rivier de Nete die het hele plaatje welwillend doorkartelt. Het geeft het geheel op sommige dagen een ietwat mysterieus tintje. Die Nete bezorgt de mensen winter en zomer ontspanningsmogelijkheden. Wandelingen, afvaart met kano of kajak, vlottentochten, zelfs zwemmen. Op warme zomerdagen zoeken we graag de verborgen plekjes op, open velden, mountainbikeparcours in de bossen, vergeten vijvers die tussen bossen en autostrades verscholen liggen en waar je paradijselijke, zuiders aandoende strandjes kan vinden. Bezoekers uit de stad die even proeven van zo’n met een nostalgische waas overdekte indian summer geven dikwijls verbaasd toe dat ze niet wisten dat dit nog bestond in hun dichtbevolkte landje. Het doet inderdaad in zowel goede als slechte zin wat denken aan een oude, oervlaamse film.

In de donkere wintermaanden, wanneer er hier naar stadsnormen eigenlijk niks te ‘beleven’ valt (daar klagen we zelf ook graag over), bruist het (sociale) leven des te meer in dit slapende stadje. Een goed voorbeeld hiervan is de jaarlijkse kerstmarkt. In tegenstelling tot de ongegeneerd commerciële en onpersoonlijke markten in de grootsteden, vind je hier alle verenigingen uit de buurt die in plaats van kitscherige kerstversieringen vooral jenever, apart geurende warme choco, glühwein en aanverwanten aan de (bekende) man brengen. Immers, anoniem zijn kan niet in dit grote dorp. Daarvoor gaan we wel naar de stad.

VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0.0/10 (0 votes cast)
VN:F [1.9.1_1087]
Rating: 0 (from 0 votes)
  • Share/Bookmark
Categorieën:Opdrachten 2008-2009 Tags: