Mijn woonplaats
De wind zit weer verkeerd en dus tast de geur van kerosine onze neushaartjes weer af.
Naar buiten dan maar waar het zicht op de blokken en bewoners ook niet je dat meer is. Vroeger speelden we nog op het pleintje, nu moet je oppassen om er niet op naalden te trappen. Het voetbalveld is ook al lang weg, ingepalmd door de kerosine-eigenaars. Gelukkig is er nog buurvrouw Roza, zij weet me tenminste te zeggen hoe laat ik gisteren ben thuis gekomen. Komt steeds van pas na het drinken van enkele Duvels. Buurman Tony valt ook nog mee, hij bezorgt me dagelijks een extra krant. Wat ik niet zo leuk vind aan buurman Tony zijn zijn duiven. Telkenmale ik mijn auto kuis en deze blinkt als een diamant, schijten zijn duiven erop. Zou ik ooit eens op Tony zijn…?
Buiten een terminale buur waar ik niet zoveel contact mee gehad heb en enkele Maroliens met een gehandicapte zoon stopt het hier. Wie er enkele huizen verder woont, weet ik niet. Ze hebben de huizen omgedoopt tot verblijfplaatsen van sociale gevallen maar sociaal zijn deze niet…
De enigen die nog wat voor commotie zorgen zijn onze Afrikaanse buren. Ik weet zelfs niet welke nationaliteit ze hebben maar ze feesten regelmatig.
Ik ben dan ook niet veel thuis. Sporten, naar de fotoclub, avondschool en af en toe wat wandelen in Vlaams-Brabant. Liefst waar er geen geur van kerosine is, ik geen gevaar loop op duivenstront en onverwachts een spuit met CERA krijg toegediend.
Ons park mag er eigenlijk best wezen: mooi heraangelegd met aandacht voor de geschiedenis, want wat doen anders die stenen bollen daar? De nieuwe fietsroute Dijleland passeert er ook. Toen ik de route de eerste maal deed, donderde ik bijna in de groene vijver. Blijkbaar is het groen een teken van gezond water maar het ziet er niet uit. In ieder geval is het beter dan die witte duivenstront van buurman Tony…