Het kan je buurman zijn
Op eenzijdig verzoekschrift heeft de Hasseltse rechtbank de verspreiding van het boek “Het kan je buurman zijn” verboden.
Het boek, geschreven door journalisten Tom De Smet en Thierry Goeman zou normaal in de boekhandel komen en gaf naast de reeds gekende feiten ook duiding bij het gevolgde onderzoek.
De ouders van Shana Appeltans, van Kevin Paulus en van Annick Van Uytsel verzetten zich echter tegen de publicatie en tekenden verzet aan.
Volgende elementen werden aangehaald:
- op de cover staat een afbeelding van Shana Appeltans en Kevin Paulus, alsook een afbeelding van Annick Van Uytsel;
- verder staan nog meerdere foto’s van voormelde personen: Kevin en Shana, Annick, grootvader van Shana, …
- verzoekers gaven op geen enkel ogenblik toelating tot het gebruik van foto’s van hun dochter of zoon;
- in het boek staan details vermeld uit het gerechtelijk onderzoek die nooit werden gepubliceerd, zodat de auteurs deze gegevens niet uit de pers hebben kunnen vernemen;
- in het boek staan intieme gegevens die tot het geheim van het onderzoek behoren;
- verzoekers kunnen zich niet ontdoen van de indruk dat de bedoeling van de uitgeverij en de auteurs van het betreffende boek ligt in financieel winstbejag.
Nadat de raadsmannen van verzoekers via fax uitgeverij NV LINKEROEVER UITGEVERS het verzet van zijn cliënten tegen het gebruik van de foto’s meedeelde en te horen kreeg dat men het boek in elk geval in ongewijzigde vorm wilde verspreiden, vond men dat een tegensprekelijke procedure niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Vandaar dat men is overgegaan tot de eenzijdige procedure.
De rechtbank beoordeelt het verzoek als gegrond en wel voor volgende redenen:
“Het feit dat bepaalde informatie reeds voorheen via de media zou zijn verspreid, met miskenning van het privé-leven van verzoekers en miskenning van de wettelijke plicht tot geheim van het onderzoek, kan thans geenszins als alibi worden aangewend en doet niet in het minst afbreuk aan het feit dat de schending van rechten van verzoekers nog steeds actueel is en door een eventuele publicatie van het kwestieuze boek ernstig kunnen gekrenkt worden. Het gewaarborgde recht op persvrijheid en publicatie is hieraan in de gegeven omstandigheden totaal ondergeschikt”.
Hierna beslist de uitgeverij om niet over te gaan tot publicatie van het boek.
Wat vangen we hier nu mee aan?
Het recht op afbeelding is een persoonlijkheidsrecht dat toekomt aan de afgebeelde persoon. Zijn rechtsopvolgers kunnen de rechtsbescherming nog wel afdwingen op grond van de bescherming van de nagedachtenis van de overledene.
Er kan onmogelijk worden aangevoerd dat het gegeven dat de foto’s reeds eerder in de media verschenen een akkoord met publicatie zouden inhouden, nu verzoekers nooit enige toelating hebben gegeven en een dergelijke toelating bovendien steeds bijzonder is. Bovendien kan een gegeven toestemming steeds ingetrokken worden.
REN-Hier heb ik het, vanuit het standpunt van de journalist, moeilijk mee. Indien men niet reageert tegen foto’s die in kranten, magazines, … verschijnen, waarom reageert men dan wel tegen (dezelfde) foto’s in het boek?
Inhoudelijk bevat het boek informatie die behoort tot het lopend gerechtelijk onderzoek, waardoor een schending van het geheim van het onderzoek aan de orde is. De procedurele gevolgen van een dergelijke schending zouden vanzelfsprekend nefast zijn.
REN-Hier volg ik de rechtbank. Zolang een onderzoek lopende is, vind ik niet dat je hier elementen uit kan lichten VOORAL als deze ertoe zouden kunnen leiden dat beklaagde op basis van procedurefouten zou kunnen vrij komen.
Tevens is de openbaarmaking van de interne gegevens uit het onderzoek ten zeerste kwetsend voor de betrokken nabestaanden. Daarenboven hebben zij geen enkele informatieve waarde en impliceren zij een bijzonder grote schending van de privacy van de nabestaanden.
REN-De rechtbank geeft hier een appreciatie omtrent de informatieve waarde die ik liever aan de lezer over laat. Ik kan me best inbeelden dat de openbaarmaking van de interne gegevens uit het onderzoek en de bijzonder grote schending van de privacy zwaar genoeg wegen om in te gaan op het verzoekschrift van de ouders.
Besluit
Het ligt wat moeilijk om een oordeel te vellen. Niet alleen heb ik het boek niet gelezen en moet dus afgaan op wat in de dagvaarding en de betekening staat maar er speelt natuurlijk een subjectief gegeven mee en dat zijn kinderen. Wanneer het over kinderen gaat, zeker in het post-Dutroux tijdperk, hebben “we” de neiging om (terecht) heel fel te reageren. Wanneer ik dit alles lees heb ik in eerste instantie de neiging om de rechtbank te volgen doch moet de vraag gesteld worden wat de implicaties hiervan zijn op de gerechtsjournalistiek. Kan/mag men nog kritisch zijn? Wat met elementen die je nergens leest maar waarvan jij als journalist meent dat ze belangrijk genoeg zijn om mee te delen (waarmee me ik voor een stuk eerder tegenspreek)?
Vraag: stel dat het onderzoek is afgelopen, heeft het boek dan nog bestaansrecht of is het enkel relevant wanneer alles nog vers in het geheugen ligt?