De parel van Afrika opgesloten
We moesten voor Madeleine Sergooris een magazine maken. Wij kozen voor een mini-Knack, zowel qua structuur als qua inhoud. Naam van het magazine werd “Knick”. Ik was eindredacteur en hierbij volgt mijn editoriaal.
In het noorden van Oeganda zijn er momenteel weer tal van vluchtelingenkampen, veelal bevolkt door Oost-Congolese vrouwen en kinderen. Hierbij krijg je dan nog tal van Oegandese ex-kindsoldaten die de grootste moeite van de wereld hebben om opnieuw normaal te functioneren.
Internationaal hoor je hier weinig of niets van. Heeft het ermee te maken dat Oeganda voor de westerse wereld niet interessant is?
Het valt op dat de laatste jaren de onverschilligheid tegenover het Afrikaanse continent blijft toenemen. Sommige mensen vinden dat ze het allemaal zelf zoeken door voortdurend binnen- en buitenlandse oorlogen uit te vechten.
Laat dit nu net de kern van het probleem zijn: ze vechten omdat ze niets hebben.
Westerse hulporganisaties slagen er maar niet in om structurele maatregelen in gang te krijgen. Zo heb je momenteel in de hoofdstad, Kampala, nog steeds tal van ziekten, vooral veroorzaakt door het gebrek aan latrines. Het sterftecijfer door malaria blijft ook maar stijgen. Hier geen (tien)duizenden muskietennetten om de behoeftigen te helpen.
Het enige wat blijkbaar over de nodige financiële steun kan beschikken is de bescherming van de berggorilla’s. Dankzij het werk van de Belg Emmanuel de Merode in het Virungapark in Congo is deze problematiek opnieuw op de wereldagenda gezet. Dankzij een bewustmakingscampagne zijn vele dorpbewoners er nu van overtuigd dat men de berggorilla’s moet beschermen en niet afslachten. Het inzetten van de dorpelingen bij het patrouilleren in het gebied en het geven van economische compensaties wanneer er vernielingen aan de tuin werden aangericht, was dan ook een meesterzet.
Spijtig genoeg volstaat dit niet; ook andere, prangendere problemen vragen onze aandacht.
Zo is de staat van de wegen nog steeds ondermaats waardoor Oeganda zowat het hoogste aantal verkeersdoden ter wereld telt.
Meerdere landen hebben hier reeds hun tanden op stuk gebeten, veelal omdat ze te weinig de lokale bevolking bij de werken betrekken. Uiteindelijk zijn zij het die het gaan moeten doen en zorgen voor het verdere onderhoud.
Het noorden van Oeganda blijft ook nog steeds levensgevaarlijk omdat de rebellen van Joseph Kony regelmatig de grens oversteken om kindsoldaten te recruteren en zich te bezondigen aan collectieve verkrachtingen. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft een aanhoudingsmandaat uitgegeven en wil Kony voor het Hof brengen. De Oegandezen zelf kan het allemaal niet zoveel meer schelen. Ze willen nu eindelijk rust en zijn zelfs bereid om algemene amnestie te aanvaarden indien dit ervoor zorgt dat ze opnieuw een geregeld leven kunnen leiden.
Tot slot is het ook onze verdomde plicht om aan de Oegandezen te zeggen dat ze respect moeten opbrengen voor de oorspronkelijke bewoners, de Batwa. Deze nomaden zijn van de ene dag op de andere landloos geworden. Men heeft er niets beter op gevonden dan hen in een “excuse-moi le mot” reservaat te steken, klaar om nietsvermoedende toeristen wat dollars afhandig te maken. Het geld wordt vervolgens vooral gebruikt om alcohol aan te schaffen waardoor de Batwa in een neerwaartse spiraal blijven. Respect afdwingen bij anderen begint meestal bij jezelf.
Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de Oegandezen het waar kunnen maken en één van de meest stabiele landen in Oost-Afrika kunnen worden. Stabiliteit in het ene land brengt automatisch stabiliteit in de naburige landen met zich mee en dit is wat er in de regio nodig is!