Retrospectieve Sophie Calle in Bozar: Terugkeren naar het unieke leven van alledag.
Sinds 27 mei kunt u in Het Paleis voor Schone Kunsten de retrospectieve tentoonstelling over het werk van Sophie Calle bezichtigen. Deze postmoderne Parijse kunstenares staat onder andere bekend om haar collages waarin ze fotografie met andere kunstvormen vermengt tot originele projecten. In 2007 vertegenwoordigde ze Frankrijk op de biënnale in Venetië en ze exposeerde in zowat alle grote galerijen ter wereld.
Toen ik op een zonnige middag naar Bozar wandelde om het werk van Calle te bekijken, was dat dan ook met hooggespannen verwachtingen. Wie vanuit het drukke Centraal Station komt, valt de stilte en de rust in het momunementale gebouw meteen op. Dat gevoel wordt nog intenser nadat ik langs de witte gordijnen de tentoonstellingsruimte binnentreed. Behalve de toezichters is er bijna niemand, wat de indrukwekkende stilte die uitgaat van de eerste zaal nog versterkt.
De tentoonstelling omvat een twintigtal projecten en is in omgekeerd chronologische zin opgebouwd; we maken dus eerst kennis met haar laatste werk uit 2008 en we eindigen in 1959. In bijna alle zalen worden we begeleid door de zachte stem van Frédéric Mitterand die ons in het Frans over Sophie Calle vertelt. Zijn bijdrage is niet essentieel voor de expositie zodat wie geen Frans begrijpt niets hoeft te missen van de originele en interessante collecties. Het geluid van de stem is bovendien erg stil zodat deze nooit storend wordt en het gevoel van stilte niet bedreigt. Op drukkere momenten is deze bijdrage waarschijnlijk nauwelijks hoorbaar.
In de eerste zaal vinden we de collectie Pôle Nord (2008) die ze maakte twee jaar na de dood van haar moeder. Een inscriptie bovenaan de linkermuur vertelt ons dat ze het portret en enkele juwelen van haar moeder op de Noordpool heeft begraven. Daarmee wekt ze onmiddellijk nieuwsgierigheid op: waarom doet ze dat dat en hoe brengt ze zoiets in beeld? Sophie Calle toont ons eenvoudige beelden door de patrijspoort van haar schip. Het zijn op het eerste zicht banale beelden maar door hun samenhang in deze collectie worden ze bijzonder. In de laatste foto van deze reeks is vooral het contrast tussen de witte sneeuw en de juwelen en de foto van de lachende vrouw erg aangrijpend. Aan de rechtermuur staat alleen een klein TV-scherm met beelden van het Poollandschap. Deze prachtige beelden versterken het gevoel van isolement en desolaatheid die het hele project kenmerken. Toch valt er op deze zonnige dag net iets teveel licht door het glazen plafond zodat het beeld op de TV onscherp is.
Verderop in de zaal vinden we een serie teksten en foto’s over haar reis naar Berck (2005). Het speciale aan dit reisverslag is dat ze haar bestemming laat afhangen van een waarzegster. Dat thema van toeval vinden we ook in enkele andere reeksen terug. Opvallend is dat ze de handen en de kaarten van die waarzegster een prominente plaats in de collectie geeft en ook dat ze enkele schijnbaar banale beelden opneemt. Zo zien we de foto van een kennis die ze toevallig tegenkomt op het Parijse Gare du Nord. Toch is hij belangrijk omdat hij haar verder op weg helpt met haar reis. Calle gebruikt meer dan alleen teksten en foto’s in haar werk. Hier neemt ze een kitscherig neon-licht met de plaatsnaam Berck op en centraal in de collectie staat een TV-scherm waarop beelden van Berck te zien zijn.
Tegenover deze collage toont Sophie Calle ons een werk over haar reis naar Lourdes. Opnieuw was het dezelfde waarzegster die Calles reisdoel bepaalde. Ook hier biedt ze ons meer dan alleen foto’s: de toeschouwer moet de inscriptie op de muur, het neon-licht, de begeleidende teksten bekijken. Een erg geslaagde foto uit de collectie Où et Quand? Lourdes (2006) is haar zelfportret als Bernadette Soubirous, de vrouw aan wie de Maagd Maria in Lourdes verschenen was en die zo de grot van Lourdes wereldberoemd maakte.
Een opmerkelijk stuk uit dit werk is een verzameling van ziektenamen waarvoor men in Lourdes kwam bidden. Zeer leuk in deze collage is een hologram met de vraag wat uw band is met de Maagd Maria. Afhankelijk van je gezichtspunt, komt het enige juiste antwoord. Spelen met gezichtspunten doet ze graag en in dit project is dat niet anders. Er gaat een respectvolle en eerbiedige sfeer uit van het geheel. Sommige foto’s suggeren wel dat ze misschien een haat-liefde verhouding heeft met deze uitwas van het katholieke geloof maar nergens wordt dat expliciet duidelijk gemaakt. Afsluiten doet ze met een zelfportret dat een beetje vreemd belicht is met daarop de zwarte letters geplakt: rentrez-vite.
De meest beklijvende installatie is Pas pu saisir la mort (2007) in zaal 3. Calle toont ons TV-scherm met beelden van haar moeder op haar sterfbed. De vrouw beweegt amper en ook het camerastandpunt blijft vast. Je ziet daardoor de handen van de dokter en de verpleegster, je ziet een klein stoffen popje dat naast haar gelegd wordt. Meer zie je niet: de camera blijft onbeweeglijk staan. De zaal waarin het werk staat, versterkt het effect van deze bijdrage: in deze zaal is het plafond laag en is er geen natuurlijk lichtinval langs het plafond zoals in de andere zalen.
Verder in de tentoonstelling vinden we het werk Mother (2007). Het is zoals vaak in het werk van Calle erg minimalistisch opgebouwd uit eenvoudige elementen maar het laat een erg sterke indruk na. Links en rechts heeft Calle verschillende bordjes met daarop de tekst ‘souci’geplaatst. Dat waren de laatste woorden van haar overleden moeder. Midden in de ruimte ligt een soort grafsteen met alleen de tekst ‘Mother’ erop.
Sophie Calle speelt graag met het thema van zien en gezien worden. In een van haar bekendste werken laat ze zich (één dag lang) schaduwen door een detective-bureau: Duluc détectives. Normaal gaat een fotograaf zelf op zoek naar beelden: hier gaat Calle dus omgekeerd te werk. Het resultaat van die schaduwopdracht verzamelt ze in La Filature (1981). Twintig jaar later doet ze dat nog eens opnieuw in Vingt ans après (2001).
In enkele andere werken focust ze op één object waarvan ze dan allerlei associaties en beelden in haar collectie toont. Het centrale object in Gotham Handbook is een telefooncel en alles wat daarrond gebeurt. Ook bedden nemen een belangrijke plaats in Calles werken. Hiermee suggereert ze meestal intimiteit en openhartigheid. In een ander werk Le Carnet d’Adresses is een gevonden adresboekje het centrale object. In plaats van het terug te geven aan de eigenaar probeert ze via de contacten uit dat boek een beeld te krijgen van wie de eigenaar is.
Vreemder wordt het wanneer ze focust op één enkele persoon. In het werk No Sex Last Night (1992) krijgt de toeschouwer een road-movie waarin haar relatie met haar vriend Greg Shephard centraal staat. De aftakeling van hun relatie wordt tijdens deze 72 minuten durende film erg aangrijpend in beeld gebracht. De installatie Le Confessionnal (1979) is gebaseerd op het achtervolgen van een toevallige voorbijganger, wat haar tot in Venetië brengt. Het werk bestaat niet uit reisfoto’s of een reisverslag maar uit een inscriptie en een biechtstoel.
Vele werken zijn duidelijk autobiografisch en hebben soms met haar eigen uiterlijk te maken . Zoals het werk Les seins (2001) waar ze trots haar boezem toont die na jarenlange frustratie eindelijk groter geworden is. Le Nez (1967) is gebaseerd op het feit dat haar grootouders haar naar een plastische chirurg wilden sturen.
Toch stelt ze niet alleen autobiografisch werk tentoon. In Gotham Handbook (1994) speelt ze een fictief personage op basis van aanwijzingen van de schrijver Paul Auster. In een ander werk, Les Dormeurs (1979), staat niet zijzelf centraal maar wel de vele mensen die ze tijdens hun slaap in haar bed fotografeert. In Douleur exquise (1984) verwerkt ze een persoonlijk verdriet door aan andere mensen te vragen wanneer ze het meest geleden hebben. Deze reeks foto’s geeft hun antwoorden.
Ook humoristisch werk komt aan bod op deze retrospectieve expositie. Het werk Voyage en Californie (1999) onstond naar aanleiding van een brief van een onbekende. Zijn relatie was beëindigd en hij wilde de rouwperiode in het bed van Calle doorbrengen. Zij kiest er echter voor om haar beddengoed naar hem op te sturen. Ze maakt op basis hiervan een kunstwerk: in het midden van zaal 5 zie je een groot postpakket op de grond liggen.
Calle oordeelt niet maar observeert en focust. Bovendien zijn haar collecties vaak complex en opgebouwd uit verschillende elementen en betekenislagen. Al deze elementen maken haar werk zo sterk: de bezoeker kan het hele werk in zijn geheel bekijken en vervolgens de verschillende elementen waaruit een bepaald werk is opgebouwd ontleden. Daarna is het aan de kijker om er een betekenis aan te geven. Al gebruikt ze eenvoudige invalshoeken en eenvoudige beelden, haar werk is nooit banaal. Er gaat een aangename subtiliteit van uit. Steeds weet ze de nieuwsgierigheid en de aandacht van de toeschouwer te trekken.
Calle speelt graag detective en onderzoekt zichzelf en de vele objecten die haar omringen erg grondig. Haar onderwerpen en inspiratiebronnen zijn alledaags maar origineel uitgewerkt. Een toevallige ontmoeting, een waarzegster, een gevonden adresboekje,…alles kan als inspiratiebron gebruikt worden. Ze slaagt erin om te blijven verrassen. Zo laat ze ons regelmatig binnenkijken in erg intieme aspecten van haar leven. In het werk Gotham Handbook (1994) wordt ze dan weer een fictief personnage, een rol die detective-auteur Paul Auster voor haar bedacht heeft. Ze doet de toeschouwer steeds nadenken over identiteit, relaties, over fictie, over kunst en over het alledaagse leven.
De laatste ruimte voor je de tentoonstelling buitengaat is leeg en dat is erg toepasselijk. Tijdens de uitgebreide reis langs allerlei indrukken, is deze lege ruimte een laatste moment van rust, waarin ik nog even kan overlopen wat ik gezien heb vooraleer ik buiten ga, het drukke Brussel in. Al kijk ik nu alerter en bewuster naar mijn omgeving.
De tentoonstelling vindt plaats in de het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel. Het Centraal Station is vlakbij. Tot 13 september kunt u er nog genieten van de installaties en collages van Sophie Calle. Ook voor kinderen is een speciaal programma voorzien. Dindsdag tot zondag geopend van 10 tot 18u en donderdag van 10 tot 21u. Op maandagen gesloten. Tickets voor volwassen kosten 8€. Voor meer informatie kunt u surfen naar www.bozar.be of bellen naar 02 507 82 00.
Pieter Lefebvre