Een nacht om niet snel te vergeten of juist wel… Rond middernacht hoorde ik buiten gestommel en begonnen de honden te blaffen. Er was duidelijk iets gaande rond mijn huisje. Iets later begon een langdurig geritsel op mijn dak. Eerst dacht ik aan menselijke aanwezigheid. Mijn hart ging nogal tekeer! Ik riep wat maar natuurlijk geen reactie. Het geritsel bleef maar duren. Ik scheen met mijn lamp naar het plafond tot… deze plots uitviel! Licht in paniek in het donker op zoek naar mijn staaflampje. Iets later (het was ondertussen 2.00 uur…) stopte het geritsel en kon ik toch wat slapen. Tegen de ochtend was het echter opnieuw prijs. Vermoedelijk één of ander dier waar ik geen naam kan of wil opkleven. Ik ben nog nooit zo bang geweest!
Om 8.48 uur vertrokken we nadat ik uitgebreid mijn verhaal had gedaan en Alfred zich maar verontschuldigde voor het ongemak. Toen we het dak controleerden, bleek er toch een begin van een gat gemaakt…
Op weg van Fort Portal naar Kasese had ik meermaals een schitterend zicht op het Rwenzorigebergte. Je kunt hier een schitterende meerdaagse trekking doen maar dit is voor de echte avonturiers! Ik nam enkele foto’s van de besneeuwde toppen.
Iets voorbij Kabirizi stopten we aan het teken van de evenaar. Ik liet, tegen mijn gewoonte, Alfred een foto van mezelf maken. Het duurde wat maar we hadden heel veel plezier.
Wat later reden we via de Kabotoro Gate het Queen Elizabeth National Park in. We hadden hier naartoe ook al een prachtig zicht op één van de zoutmeren gehad.
De Mweya Safari Lodge lag er schitterend bij, ware het niet dat deze lodge niet voor mij bestemd was… De prijs van 250 tot 300 USD per nacht zal hier wel niet vreemd aan zijn! Ik kreeg dan maar een kamer in het Institute of Ecology Hostel. Ik mocht zelf mijn kamer kiezen: ofwel buiten ofwel binnen ergens in een gang. Niettegenstaande men zei dat deze iets beter waren, koos ik toch voor de eerste. Ik gaf mijn was af (1 lange broek, 3 T-shirts, 3 paar kousen en 2 onderbroeken à 7000 UGX) en nam de lunch (tomatensoep en gefrituurde vis met friet).
Ik had ondertussen ook kennis gemaakt met twee Nederlandse meisjes die al enkele maanden door Afrika aan het trekken en werken waren. Ze hadden o.a. deelgenomen aan een vaccinatieprogramma in Tanzania en vertelden dat ze hier wel fier op waren; ze hadden nl. de indruk dat ze hiermee daadwerkelijk levens redden.
Om 14.45 uur vertrok ik met Alfred naar het Kazingakanaal waar we een boottocht zouden maken. Alfred ging zelfs mee omdat hij bepaalde dieren wou zien. Er zaten maar enkele Amerikanen op maar even nadien kwam er nog een hele meute aan. Ik vreesde al het ergste maar uiteindelijk viel het allemaal goed mee. De boottocht was heel goed; buiten de stilaan traditionele nijlpaarden zagen we buffels, olifanten, krokodillen en een enorme verscheidenheid aan vogels.
Om 17.00 uur was deze geslaagde tocht ten einde. Dit was ongetwijfeld één van de betere dagen. Gewoontedier dat ik ben, was het natuurlijk onmiddellijk foto’s bekijken. Een zeer geslaagde buit is het geworden met als topper één van Uganda Kobs.
Plots kwamen de Fransen eraan en blijkbaar vonden die mijn foto’s niet slecht. Ze vroegen naar het adres van mijn website en beloofden van te komen kijken.
Het avondmaal (gefrituurde kip met aardappelen) was extra gezellig omdat ik met de twee Nederlandse meisjes aan tafel zat. We kletsten wat bij en mede hierdoor begon ik wat meer te geloven in de verdere onderneming.
Overnachting
Institute of Ecology Hostel

