Dag 12: vrijdag 15 december 2006

Ook in Oeganda duren schone liedjes niet lang… Na een prima nachtrust ging het vandaag opnieuw naar Kabale, tot nu toe de enige echte tegenvaller (zie eerder). Ik was liever hier nog een dag extra gebleven of een dag meer in en rond Lake Bunyonyi.
Eerst gingen we nog langs een pygmeeënfamilie, de Batwa, iets waar ik meer dan gemengde gevoelens bij had. Kon ik het wel maken om de oorspronkelijke bewoners die door de meeste Oegandezen misprijzend werden bekeken en die men zowat landloos had gemaakt, zo maar even te gaan “begapen”? Volgens de Nederlandse eigenares van het Travellers Rest Hotel had zij ook dit gevoel in het begin maar uit een gesprek die ze had met een antropoloog bleek toch het belang om deze mensen te ontmoeten.
Bon, om 8.15 uur at ik nog een goede pannenkoek met bananen en was klaar voor het vertrek. We pikten nog een gids op en reden zo naar de Batwa. Onderweg bleven de twijfels toch…
Bij het dorp aangekomen, werd ik verwelkomd door de dorpsoudste en begonnen er enkelen voor mij, de “grote blanke man” een welkomstdans uit te voeren. De groep groeide steeds maar aan en het was toch wel speciaal. Op vraag van de gids werd er nog een tweede dans uitgevoerd die de eerste nog overtrof. Hierna was het tijd voor iets speciaals. Omdat ik duidelijk had gezegd dat ik een confrontatie wou, werd ik uitgenodigd in de hut van de dorpsoudste. Samen met de gids die tevens als tolk fungeerde en een andere belangrijke Batwa ging ik de lage, kleine hut binnen en werd vriendelijk uitgenodigd om plaats te nemen. Eigenlijk was het ongelooflijk; ik voelde me net één van de pioniers! Ik stelde me voor en begon dan aan mijn vragenronde. Ik probeerde om dit op een journalistiek verantwoorde manier te doen en niet op een toeristische. Hopelijk ben ik hierin geslaagd. De antwoorden en de vragen die ik van hen kreeg, sterken me in de overtuiging dat dit mogelijk het geval was. Op een bepaald ogenblik klapten de Batwa spontaan in hun handen, volgens de gids een teken van respect voor mij en de vragen die ik stelde. Hetzelfde tafereel herhaalde zich wanneer ik op hun vragen antwoordde. Aan het busje kreeg ik nog een vaarweldans waarna we een deel van het geld aan de hoofdman gaven. De rest werd verder in het dorp aan iemand gegeven zodat ze hiermee voedsel moesten kopen. Volgens de gids zouden ze anders alles opdrinken… Als bij al was dit een zeer leerrijke ervaring die vooral gebaseerd was op wederzijds respect.

Om 10.00 uur volgde dan de rit naar Kabale waar we om 13.13 uur aankwamen (wie zei ook alweer dat 13 een ongeluksgetal was?). Had ik vorige keer nog de laatste kamer in de rij, nu had ik de eerste. Hier stond zelfs een ronde tafel in. Het was echter nog even luidruchtig als vorige keer, toch wel een kleine shock na de afgelopen dagen. Ik bestelde een hamburger met friet maar moest wat wachten omdat de kok was verdwenen. Wat later werd er op de deur geklopt en bracht men het eten gewoon op de kamer (wat mij ertoe aanzette om onmiddellijk de deur te openen…).
Wat later kwam Alfred zoals gewoonlijk kijken of alles in orde was en om het programma van de komende dag(en) door te nemen. Ik besloot van maar een wandeling te maken anders zat ik hier toch maar te niksen. Alfred bood aan om me Kabale wat te tonen. We gingen o.a. de heuvel op om het “White Horse Regency Hotel” te bekijken, een voormalig regeringshotel en opgetrokken in koloniale stijl. Er hangt een golfterrein aan vast en heeft een prachtig grasveld. Het was ooit dé place-to-be maar de laatste jaren heeft het wat van zijn pluimen verloren. Men is wel bezig om de grandeur van weleer te herstellen.
Rond zessen waren we terug aan mijn “lievelingshotel” waar ik nog een lekker avondmaal nam: vegetable soup en Spanish omelet. En dan nu: oogjes open en snaveltjes wijdopen…

Overnachting
Queens Hotel

This entry was posted in Reizen, Uganda 2006. Bookmark the permalink.

Comments are closed.